Interventiestrategie BSA

De LOM-projectgroep bouw- en sloopafval (verder: BSA) heeft in de tweede helft van 2004 en de eerste helft van 2005 onderzoek gedaan aan de BSA-keten. Op basis van dit onderzoek onderkent de projectgroep drie risicomomenten in de BSA-keten, dat wil zeggen momenten waarop het risico het grootst is dat wet- en regelgeving niet wordt nageleefd dan wel momenten die bepalend zijn voor de mogelijke milieu- en/of volksgezondheidseffecten van de BSA-keten. De drie risicomomenten zijn:



  1. Bouwen en slopen, vanwege (a) het risico voor het milieu en de volksgezondheid dat gevaarlijke stoffen in de (her te gebruiken) BSA-stroom terechtkomen en (b) het risico dat afvalscheiding aan de bron in onvoldoende mate plaatsvindt om de beleidsdoelen op het vlak van duurzaamheid (zoveel mogelijk inzet van secundaire in plaats van primaire grondstoffen) mede te bewerkstelligen.
  2. Sorteren, omdat de sorteerinrichtingen in de gelegenheid zijn om de BSA-stroom niet goed te sorteren of sortering achterwege te laten, waardoor (a) eventuele gevaarlijke stoffen opnieuw onvoldoende of niet uit de BSA-stroom worden verwijderd en (b) het hergebruik van BSA opnieuw wordt bemoeilijkt.
  3. Export, omdat (a) er onder de noemer ‘niet herbruikbaar BSA’ ook andere afvalstoffen de grens over blijken te gaan waaronder grof huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval en (b) er aanwijzingen zijn dat het geëxporteerde afval in het buitenland niet wordt verwerkt, zoals gedacht en beleidsmatig gezien toegestaan, maar wordt gestort, hetgeen niet beleidsconform is.