Het project asbest, uitgevoerd in het kader van het Landelijk Handhavingsprogramma 2005 van het Landelijk Overleg Milieuhandhaving (LOM), gaat uit van een aanpak waarbij ketentoezicht als handhavingsstrategie wordt gehanteerd. Het project gaat over slopen en vrijkomen van asbest.
De reden van de keuze voor asbest is onder meer dat tot op heden het toezicht op de wettelijke regels rond asbest niet hebben geleid tot het gewenste resultaat. Incidenten, zo is op te maken uit talrijke mediaberichten en de resultaten uit handhavingcontroles, voeren de boventoon. Ook is naleefgedrag, het voldoen aan de wettelijke regels, van de bij asbestverwijdering betrokken bedrijven, slecht. Daarnaast blijkt in de praktijk dat er geen prioriteit en zodoende onvoldoende tijd en kennis bij alle toezichthoudende instanties is voor adequaat toezicht op asbestverwijdering.
Verschillende onderzoeken bevestigen dit beeld. De consequentie hiervan is dat mensen die werken en wonen in de directe nabijheid van sloopwerken waar asbest wordt verwijderd aanzienlijke gezondheidsrisico’s lopen. Naast de directe risico’s hiervan (verspreiding asbestvezels) levert dit ook indirecte risico’s voor bijvoorbeeld de puinfractie die in een weg wordt toegepast. Als gevolg van het in het verleden onzorgvuldig werken in een (productie)omgeving met asbest overlijden nu jaarlijks 400-700 personen. Dat moet worden voorkomen en ketentoezicht is daarvoor het sleutelwoord.